Een draak had zich in het rijk van koning Drieneus gevestigd en de koning was daar niet blij mee. De draak plunderde en joeg zijn onderdanen angst aan en dat was niet goed voor zijn reputatie. Dus wat deed koning Drieneus? Hij liet op een dinsdag bekendmaken dat wie hem van die draak kon verlossen beloond zou worden met een kamerplant, een kus van de koningin en een stuk land om een huis op te kunnen bouwen.
Er waren die dag 11 ridders in de stad. Ridder Hagelbert, ridder Roel met het Grote Oog, ridder Prietpraat, ridder Dave, ridder De Pidder, ridder Alonso de Lankmoedige, ridder Mordred de Zwarte, ridder Bakker, ridder Vlodzsienki, ridder Big Mama en ridder Spuit Elf. Die ridders, die zagen hier wel wat in. Die kamerplant was wel geinig, die kus van de koningin, nou ja, niet voor niets was de koning daar zo gul mee, maar dat stuk land, dat was wat waard!
Gezwind, zoals ridders dat doen, gingen ze op zoek naar de draak, niet gezamenlijk natuurlijk, maar ieder op zijn eigen manier, hopende snel die draak te verslaan en de prijs te kunnen opeisen. Hoe versla je een draak? Met pijl en boog, één welgemikt schot precies tussen het linkeroog en rechterelleboog, de bekende zwakke plek, het kan eigenlijk niet misgaan.
Goed, je ziet het al aankomen natuurlijk, en als je het niet ziet moet je even opletten want ik ga het nu vertellen.
Door het spoor van vernielingen was het niet moeilijk de draak te vinden, rustig slapend in een open plek in een bos. De elf ridders (ik ga hun namen hier nu niet nog een keer noemen) kwamen tegelijk van verschillende kanten door het bos geslopen, spanden hun bogen, en op precies hetzelfde moment schoten ze hun pijlen af op de slapende draak die nooit geweten heeft wat hem was overkomen.
Oh jee.
Wie had de draak nu verslagen? Allemaal eigenlijk. Dus wie kon de prijs opeisen? Ja, allemaal dus. En dat deden ze. Hup, terug naar de koning.
Elf ridders kwamen, tegelijkertijd, de grote hal van de koning binnen denderen en beweerden dat ze allemaal recht hadden op de beloning. De koning keek naar zijn waarheidszegger, en die kon bevestigen, ze spraken de waarheid, ze hadden allemaal, op hetzelfde moment, de draak verslagen. Ze hadden inderdaad allemaal recht op de beloning. De koning dacht even na. Elf kamerplanten, dat was nog wel op te hoesten, en zijn vrouw zou allang blij zijn met elf ridders, maar elf stukken land! Dan had hij die rotdraak net zo goed zelf kunnen doden. Nou ja, mijn woord kan ik ook niet breken, ik improviseer wel wat.
“Dank moedige ridders, jullie hebben me een hoop hoofdpijn bespaard. Jullie hebben allemaal recht op de beloning, er is geen reden om te kibbelen. Als je je morgen bij mijn secretaris meldt zal hij het verder afhandelen. Laat me nu alleen”
Zo geschiedde. De elf ridders kregen allemaal een stekkie van dezelfde plant, en een eigendomsbewijs van een mooi stuk grond aan de andere (verste) kant van het rijk. Vol verwachting zat de koningin in het kamertje naast de secretaris om haar deel van de beloning uit te kunnen delen, maar geen van de ridders nam de moeite en voor zover ik weet zit ze daar nog.
Het was ongeveer een week rijden naar de verste uithoek van het rijk en ook nu reden de ridders daar allemaal afzonderlijk heen, want vrienden zouden het nooit worden. Ze hoopten zelfs dat ze ook geen buren zouden worden want ze konden elkaar niet uitstaan, maar bij aankomst (ze kwamen weer allemaal precies tegelijk aan) bleek de situatie erger dan gedacht. De gewiekste koning had ze allemaal hetzelfde stuk land gegeven! Zeker, een stuk land op een geweldig mooie plek, maar maar net groot genoeg voor één huis, zeker niet elf. Laat staan voor elf ridders die een hekel hadden aan elkaar.
Ze stonden er allemaal beteuterd naar te kijken, hun mooie stukje land. Wat nu? Moe van een lange reis gingen ze eerst maar naar de nabijgelegen herberg, gelukkig had die wel gewoon elf kamers, om dit verhaal niet nog ingewikkelder te maken.
’s Avonds zaten elf ridders, ridder Hagelbert, ridder Roel met het Grote Oog, ridder Prietpraat, ridder Dave, ridder De Pidder, ridder Alonso de Lankmoedige, ridder Mordred de Zwarte, ridder Bakker, ridder Vlodzsienki, ridder Big Mama en ridder Spuit Elf, beteuterd aan elf tafeltjes een hapje te eten. Ze hadden alle elf een stekje van een geinige kamerplant op tafel gezet.
Nou wil het toeval dat er ook een bos-elf in de gelagkamer aanwezig was, van het soort dat heel erg van kamerplanten houdt. Hij zag dat met die elf ridders een tijdje aan en ging uiteraard, onopvallend een praatje met ze maken. De ridders deden vooral hun best om niet naar elkaar te kijken dus ze hadden niet in de gaten dat de bos-elf alle tafeltjes afging. Een kort fluistergesprek, een handdruk, een soort van tekening werd overhandigd, de bos-elf pakte het stekkie in zijn knapzak en hup naar het volgende tafeltje. Aan het eind van de avond was de elf 11 stekkies rijker, hadden de ridders lekker gegeten en gingen één voor één, met iets meer zwier en vrolijkheid dan aan het begin van de avond, naar bed. Morgen ging het allemaal goedkomen.
Ridder Spuit Elf werd het eerst wakker. Ik weet, het is een vreemd verhaal. Zonder zelfs maar zijn tanden te poetsen snelde hij naar het stuk land, waarvan hij wist dat daar nu zijn zelfontworpen huis zou staan de prijken. Dat had de bos-elf immers beloofd, in ruil voor het stekkie zou hij in één nacht van toverkracht zijn huis daar neer zetten. Hij had hem zelf zijn tekeningen gegeven. Als ze het huis van ridder Spuit Elf zouden zien zouden die andere ridders ook vanzelf wel afdruipen. Vol verwachting kwam hij aan.
Vol van dezelfde verwachtingen kwamen de andere ridders ook aan. De bos-elf had zijn woord gehouden. Aan allemaal. De oppervlakte van het stuk werd in beslag genomen door elf deuren met trappen die volgens een ingewikkeld patroon naar elf huizen leidden die op een krankzinnige manier, dwars door en op elkaar gestapeld waren. Te hoog en te breed, je had het gevoel dat het gevaarte elk gevoel om kon vallen. Deuren, ramen, balkonnetjes, torentjes, schoorstenen, keukens, slaap en woonkamers, alles dwars door, op en in elkaar, veel privacy zou je er niet hebben.
De ridders keken elkaar aan. Voor het eerst in dit verhaal. Veel humor hadden ze niet, ze konden er niet om lachen. Maar ja, om elkaar hier nu voor te bevechten was ook zoiets. Boos schudden ze hun gebalde vuisten naar elkaar, ze riepen in koor heel hard “poep”, en toen zijn ze hun eigen weg maar opgegaan.
En dat, waarde gast, is het verhaal achter ons prachtige hotel, u kunt de receptie vinden bij dat ronde uitstulpsel aan de linkerkant, ontbijt is tussen 7 en 10, we wensen u een fijn verblijf.



